Een volle buik en een gebroken hart

Gepubliceerd op 1 januari 2021 om 19:46

Goede voornemens voor deze tweede zwangerschap: geen zorgen maken, niet onzeker zijn, maar vol vertrouwen genieten, echt genieten. De eerste keer bleken al die zorgen toch onterecht en had ik nadien spijt de zwangerschap er deels door te hebben laten overschaduwen. Te veel geleefd door werk en zorgen en te weinig beleefd, te weinig stil gestaan. Nadien pas echt beseft hoe mooi en bijzonder het is. Deze keer ging ik dus genieten, met volle teugen, en bewust beleven.

 

Een goede start; op de eerste dag dat ik een test kon doen, wist ik al dat ik zwanger was. Geen dag gemist! Ik was zo benieuwd of het voorgevoel juist was (heb me hier namelijk ook al menig maal in vergist). Tussen twee (virtuele) werk meetings door haalde ik een test en zag een dun schemerig tweede streepje, of niet? Twijfel dus, veel ge-google en een tweede test, zo eentje die het aantal weken zegt. Positief; 1 à 2 weken zwanger. Yes! Start van de tweede google actie; hoe zat dat weer met die weken? Ik ben er wel even uit geweest. Weken, datums en apps zoemden door mijn hoofd, mijn rekenkundig incapabele hersenen probeerden uit alle macht wat cijfers vast te houden en op de juiste plaats te zetten. Resultaat: 2 apps rijker met elk een andere uitgerekend datum, dus wellicht zit het ergens daartussen? De lente, dat was zeker.

 

Ondertussen wist alleen ik - en wie ik dan ook toestemming had gegeven via het downloaden van die apps - het nieuws; ontbrak daar nog een belangrijk persoon natuurlijk. Ik legde mijn peuter te slapen met een hartslag van naar schatting 180 per uur. Eens hij sliep, nam ik het boekje waar we regelmatig in tekenen voor het slapengaan (iets van loslaten) en tekende een grote tekstballon met daarin “ik droom van mijn broertje of zusje”. Test erlangs. *Klik*, foto (fingers crossed dat hij niet wakker werd van de flits). Send. Ik kom beneden om een blij verraste partner aan te treffen. Dat maakt me nog blijer, hij is meer geëmotioneerd dan bij onze eerste (oké toen kwam ik met het nieuws aanzetten op een vroege zondagochtend en hij is geen ochtendmens).

Dit paste perfect in onze wilde droom om binnen enkele jaren alles te verkopen, een b&b op te starten op een idyllisch stukje land, wat meer tijd te geven aan mijn grote passies: dieren, kindjes en kunst, nadat ik nog een 2de en graag nog een 3de wondertje op de wereld had gezet. Dit leek de perfecte start van die droom die langzaam werkelijkheid wordt.

 

Hoe gelukzalig ik me ook voelde op dat ogenblik, dat gevoel ging toch weer op in de drukte van de dagen. Drie dagen later betrap ik mezelf met een glas rosé in de speeltuin van een zomerbar – oprecht vergeten dat ik zwanger was. Een beetje vroeg om het op een pregnancy brain te steken. Ik voelde me rotslecht, hoe kan je vergeten dat je zwanger bent?! Ik herinner me dus wel nog levendig mijn laatste glas alcohol… Intussen staken de onzekerheden die ik zo had afgezworen toch weer de kop op. “Leeft hij/zij nog?” “Wat als het fout loopt?” “Had ik die sla goed genoeg gewassen?” “Ga ik het aankunnen?” “Leeft het nog?” x1000… Twee weken kon ik verdrinken in die piekergedachten en me verliezen in dromen en ideaalbeelden.

 

En toen implodeerde ... wel, alles. Mijn hart in duizend stukken, verwrongen, verstikt, uitgeveegd. Onze toekomst lag er verslagen bij. Onze liefde schreeuwde het uit van de pijn. Onze zekerheden maakten plaats voor onzekerheden. Verdriet tierde. Woede raasde. Vuur brandde en werd meedogenloos uitgestampt. Ik baande me een weg door een vlammende tunnel, met blokken aan mijn benen, als in slow motion, en toch vlamde alles voorbij. Met momenten was ik verdoofd, andere momenten begripvol, van oplossingsgericht naar moedeloos, gelaten, pragmatisch, panisch, woedend. Ik leerde hoe wanhoop en hoopvol, angstig dichtbij elkaar liggen. Plotsklaps was deze zwangerschap geen start van een droom die werkelijkheid maar een nachtmerrie die me in een hoek dreef. Het is als nietsvermoedend met je auto plots in een dichte mistwolk te rijden. Je blijft rijden maar je ziet niet waarheen. Alles lijkt stil te staan en toch blijf je doorgaan. Doorgaan op een lager pitje dan wel, ik heb de lat heel wat lager moeten leggen op werkvlak, opvoeding, huishouden, sport, voeding, … Meerdere weken was het opzetten van de tv al een opdracht, en tegelijk mijn grootste verwezenlijking van de dag.

 

In de intensiteit van die emoties, de stress, de verscheurdheid, leek het bijna ondenkbaar dat het leven in mijn buik zou blijven. Dat verhoogde natuurlijk de stress nog meer, de angst, een vicieuze cirkel die me pijnlijk terugbracht naar die onzekere eerste weken van – denk ik – iedere zwangerschap. Er is nog geen contact met het kindje, je voelt niet of het nog leeft of niet, of je denkt van alles te voelen dat je niet zou horen voelen. Af en toe merkte ik een teken zoals pijn tijdens het (borst)voeden, misselijkheid, zelfs voorzichtig gewring in mijn buik… maar daar kon of durfde ik weinig hoop op stoelen. Sterker, in die weken heb ik zelfs abortus overwogen. Ik kan dat moeilijk uitleggen want de zwangerschap was erg gewenst. Ik werd zo opgeslorpt door die gevoelens, de onzekerheid, de stress en het feit dat ik zo weinig in de hand had van wat er me overkwam, dat ik met die gedachte speelde in een wanhopige poging om ergens terug controle over te krijgen. Ik heb dan wel de beslissing genomen om het kindje te houden, en heb nadien geen milliseconde meer getwijfeld.

 

Eindelijk kwam de verlossende eerste echo op 10 weken. Bijna 4 lange weken liep ik rond met een gebroken hart, maar een blijkbaar perfect groeiende baby. Opgelucht wel, maar echt blij was ik niet. Zou dat gevoel ooit terugkomen? Zou ik wel ooit echt blij zijn met dit kindje?

 

Terwijl ik bang was om de zwangerschap echt te beleven en iets van deze tijd vast te leggen (terwijl ik van mijn eerste zwangerschap een hele scrapbook heb) en hoe graag ik de uiterlijke tekenen ervan zo lang mogelijk wilde wegsteken voor de wereld (het maakt de situatie gewoon zo veel complexer), des te meer wilde deze baby laten blijken dat hij/zij er was. Nog voor 10 weken voelde ik iets van beweging in mijn buik, bijna onmiddellijk toonde ik ook een echt zwangere buik. Op 19 weken zag ik er uit alsof ik nog maar een maandje of twee te gaan heb en schopte de kleine al enige tijd lustig alle kanten uit. Ik voelde hem/haar al heel snel liggen en kon hem/haar bijna vasthouden als ik mijn handen op mijn buik legde. Ik vind dat nog steeds zo wonderbaarlijk, mijn vroedvrouw zegt dat het een teken is. Het zijn in ieder geval mijn momenten van geluk, als mijn peuter tegen me aankruipt en de baby “zachtjes” stampt. Het trekt me uit mijn piekergedachten en brengt me naar het nu, mijn gezinnetje, zo dichtbij. Dat is iets wat ik nu niet meer voor vanzelfsprekend kan nemen.

 

In de plaats van geboortekaartjes kiezen, geboortelijsten afschuimen, zwangerschapsyoga en nachtelijke trips naar de nachtwinkel voor chocolade, ijs of pompelmoezen, ben ik bezig met het opstellen van een verdeelregeling over mijn kinderen, een ouderschapsplan, het vinden van een woonst en een financiële regeling. Nadenken hoe ik dit moet vertellen, hoe ‘de mensen’ zullen reageren, hoe ik met hun reactie zal omgaan. Het voelt als een soort outing, uit de kast komen: “Ja ik ben zwanger … en uit elkaar.”

 

Des te meer omdat ik pionier ben in het scheiden en ‘single parenting’ in mijn kennissengroep. Pionier in een vakgebied waar ik liever ver weg van bleef. Ik merk de weerstand bij kennissen, ze luisteren wel verbijsterd naar mijn verhaal (toegegeven, het heeft een best hoog Story-gehalte), en vragen wel hoe het gaat. Maar de verbijstering gaat liggen en zij gaan door, terwijl ik in de sh*t blijf trappelen. Ik begrijp dat, want wat vraag je ook telkens weer, mijn antwoorden blijven ook vreselijk hetzelfde.

 

In het midden van mijn chaos, kijk ik met zoveel verlangen naar hen en hun perfect ogende levens, als een kind voor het raam van een snoepwinkel. Tot voor kort stond ik daar nog binnen, met een zak vol snoep. Nu is het een pijnlijke herinnering. Zij staan daar nu nog, in die snoepwinkel, en het genot van het snoepgoed wordt deels bedorven als je de priemende ogen op je rug voelt van iemand die met lege handen aan het raam staat te loeren.

 

Altijd had ik de idee dat tussen 20 en 30 de cruciale jaren zouden zijn in mijn leven. Het voelt ook alsof ik voor mijn 30 alles heb gehad; een diploma, een goede job, een nieuwe beter job, een stabiele relatie, een huis, een zoon, zwanger van een tweede, … en twee maanden voor mijn 30ste alles weer ben kwijtgeraakt. Niet alles natuurlijk, het belangrijkste heb ik nog, mijn 2 kindjes, de helft van de tijd dan toch. En de andere helft van de tijd ben ik zeker dat ze in goede handen zijn. Dat is meer dan veel mensen hebben, en daar ben ik echt dankbaar voor.

 

Toch is het echt heftig. Voordat dit me overkwam, dacht ik - bijna onbewust – “zo veel mensen gaan uit elkaar, het is een deel van je leven dat verandert, het is een keuze die je maakt en dan ga je verder, je slaat gewoon een net iets andere weg in.” Ik durfde zelfs een door tv series beïnvloed ‘glam’ beeld te hebben van het gescheiden leven. Nu ik er middenin zit, voelt het meer alsof de weg onder mijn voeten opbreekt en abrupt stopt, en ik wanhopig probeer met wat van de afgebrokkelde stenen een nieuwe weg te maken, geen idee waarheen, geen idee hoe ver die gaat geraken. ‘Glam’ is het alleszins niet.

 

En zo behoor ik tot het groepje voor wie de feestdagen een hindernis zijn, één van de vele die ik nam en nog moet nemen; het nieuws bekend maken, het apart gaan wonen, het eerste afscheid van mijn peuter, de eerste nacht zonder hem, de tweede nacht, de derde, ... tot ik ze niet meer zal tellen maar gewoon zal het nooit worden. Een gesplitste verjaardag, de geboorte van mijn baby – alleen? – en weer een afscheid. Ik durf zeggen dat ik het een tijd echt niet meer zag zitten, maar intussen beleef ik toch terug leuke momenten (naast nog steeds veel slechte hoor). Ik leg me neer bij het feit dat mijn leven nooit echt een mooie rechte weg geweest is. We maken er de mooiste kromme weg mogelijk van. En soms ga ik ook gewoon langs de weg zitten, is het nog steeds even allemaal te veel. Maar altijd kus ik mijn beide handen met mijn twee kindjes.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.