Angst

Gepubliceerd op 10 december 2022 om 21:02

Hoewel ze heel haar leven angst heeft gekend, zou niemand, inclusief zijzelf, haar een angstig persoon noemen. Als kind liep ez weg voor een aggressieve vader, vreesde voor het leven van haar broer als die onder handen werd genomen en ging elke minuut voelen of haar baby zusje nog ademde als ze moest babysitten. Op school had ze angst om uitgesloten te worden, later om de aandacht op zich gericht te krijgen in eender welke vorm, een verlammende angst om iets fout te doen of dragen en angst om na school opgewacht en uitgescholden te worden. Ze had angst om te spreken, om gezien te worden en om te falen. Ze voelde angst als ze alleen thuis was, als ze in de buurt van haar vader zat of verantwoordelijkheid droeg over haar veel jongere zusje. Maar ze bleef alleen thuis zonder zeuren en deed wat ze moest doen (meestal). Ze sliep met een donsdeken tot in haar nek getrokken omdat iets in haar dacht dat ze anders zou neergestoken worden. Toen waren het gevoelens die ze zeker niet moest tonen, ongegrond waren en ze moest negeren. Achteraf gezien wellicht allemaal gevolg van haar eerder onveilige thuis situatie.

 

In haar tiener en twintiger jaren kwam daar de voor veel vrouwen wellicht herkenbare angst bij om 's avonds of 's nachts buiten te komen, angst om aangerand te worden of ontvoerd. Dat was geen angst die altijd tegenwoordig of allesoverheersend was, ze 'zette me er over',  negeerde de angst en trok dapper op mijn fiets, gsm op speed dial in de hand of alsof aan het bellen wanneer ze iemand tegen kwam. Het hoorde erbij. En dat bleek ook, meerdere keren werden kennissen en ikzelf slachtoffer van intimidatie, aanranding of erger. Wellicht met een piek tijdens mijn studies in Brussel. Omdat zo velen het mee maakten, achtte ik het normaal. Collateral damage van een vrouw te zijn. Ik zou het woord aanranding of angst zelfs niet hebben gebruikt om de voorvallen te benoemen. Dankzij de vele maatschappelijke veranderingen en de bewustwording via bijvoorbeeld instagram en #metoo, besef ik nu natuurlijk dat het dat wel degelijk was.

 

Tegen mijn dertig dacht ik dat ik veiligheid had gevonden. Ik woonde met mijn partner in Antwerpen, wat toch een gigantisch verschil was met mijn ervaringen in Brussel, ik was ouder, moeder, zelden alleen en hoewel mijn kind(eren) me niet zouden verdedigen voelde ze zich  veiliger dan ooit. Een stabiele relatie met een intellectuele toch ook fysiek sterke man maakten me bijna onaantastbaar. Tot die relatie niet zo stabiel bleek, maar een villa gebouwd op losse zand. Ze bleek de persoon met wie ze het allerintiemste ooit had gedeeld, namelijk de geboorte van een kind, helemaal niet te kennen. Hij bleek het omgekeerde van hoe ze hem dacht te kennen. Nu heeft ze  geen super idealistische romantiserend beeld van relaties, maar zelfs vanuit haar meest pessimistische achterdochtige bril op had ze niet zien aankomen wat er gebeurd was. Dat hij zo was. Daarna heeft ze me niet meer veilig gevoeld. Al die eigenschappen waarin ze bescherming zag, konden zich zomaar tegen mij keren. Eerst werd ze deels beschermd door haar zwangerschap, het voeden van het kind, haar quasi noodzakelijkheid of nuttigheid in de opvoeding, administratie die nog niet helemaal in orde was zoals een schuld saldo verzekering. Vraag is wat daarna. Wat als haar nut ophoudt te bestaan? Wat als al zijn intellect zich tegen haar keert? Het vertrouwen dat ze aan hem geef onterecht is, wat bijna zeker is, en hem in staat stelt het perfecte scenario te schetsen?

 

Ze voelt angst. Wat als iemand inbreekt? Wat als ze valt en haar kinderen liggen te slapen? Wat als er wat moest gebeuren? Ze begreep nu waarom mensen dichtbij hun familie gaan wonen. Tegelijk betekende familie voor haar inherent onveiligheid.

 

Angst. Het is iets wat me onwezenlijk vertrouwd blijkt.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.